Stuif-es-in

column Regiobode 5 september 2007
"Ik vind niet dat je elk stuk natuur per se weer in de oude glorie moet herstellen. Maar in dit geval vind ik het de moeite waard." Aan het woord is wethouder Harriët Tiemens van de Gemeente Rheden. Ze heeft het over het kappen van 17 hectare bosrand om het Rozendaalse Zand - een gebied met stuifzand - meer ruimte te geven. ‘Wow’, dacht ik toen ik het las, wat een fraai staaltje bestuurlijk Groen machtsdenken. Als ik me goed herinner heeft Groen Links, de partij van Harriët, het nog niet eerder voor het zeggen gehad in deze Veluwezoomse gemeente. Groen Links was in Rheden jarenlang synoniem aan het docentenduo Constance Pos en Hans Witt; zeg maar de Sjors en Sjimmie van het Steegse vergadercircuit. Ze trokken altijd net te weinig stemmen voor drie zetels, maar werden alom bejubeld voor hun ludieke manier van politiek maken. Leuke, spannende moties en voorstellen die het dan net niet haalden, weet u wel. Ze zorgden ook vaak voor schalkse humor tijdens de Raadsvergaderingen en om die reden zaten ze ook het dichtst bij de tafel van de burgemeester. Die kon ze, bij wijze van spreken, met een lange liniaal op de vingers tikken, zoals de beide docenten het gewend waren in hun pedagogische professie. Pos en Witt stonden garant voor een beetje jus op de politieke gehaktbal die iedere maand weer gebraden moest worden en dat was gewoon leuk. Goeie zaak dat ook Groen Links in de Gemeenteraad zat, maar echte zoden aan de dijk zetten, daar hoefde je ze niet van te verdenken. Laat staan dat het er ooit van zou komen dat de onbespoten ideeën van het duo ooit regeringskracht zouden krijgen. Zover is het wat betreft beide baldadige raadsleden ook nooit gekomen. Witt liet zich tijdig een afscheidsreceptie met macrobiotische hapjes geven en Pos werd door het paarse tuinbroeken- en oorbellencontigent van zijn partij bij de vorige verkiezingen gewipt. Met een overmacht aan voorkeurstemmen knikkerde Harriët de verblufte Pos de Raad uit. En hoe sneu kan het leven zijn, hoe wreed de speling van de grillige politieke natuur: na wat gehannes zat ineens Groen Links in het college van Burgemeester en Wethouders. Met Harriët als wethouder. Eindelijk groene macht in zowat de groenste gemeente van Nederland. Dat op zich zou de dadendrang van Harriët verklaren, maar het lijkt erop alsof ze het jarenlange dolen van Pos en Witt langs de grenzen van het meeregeren als trauma heeft geërfd. Ze is zich overduidelijk bewust van haar machtspositie en klaar voor majeure groene projecten. Ze moet voelen dat het aan haar is de wereld er anders uit te laten zien en als een Zonnekoningin roept ze de Steegse variant van het ‘de wet ben ik’: "...in dit geval vind ik het de moeite waard". Oef, wat is hier aan de hand? Gaat Harriët het voortaan uitmaken wat groener dan groenst is? Met het kappen van een hele bosrand - ooit aangelegd om het stuifzand in te tomen - moet ze toch een deel van haar achterban op de ziel trappen, lijkt me. Harriët wil de wind vrij spel geven op het Rozendaalse Zand, maar lijkt zelf ook vrij spel te eisen. Zou ze daarmee de ware belichaming zijn van het Groen Linkse verlangen om ook eens mee te regeren in het Rhedense? Wat ik al zei, het kan allemaal wel te lang geduurd hebben voor de groene lente uitbrak, maar is Harriët nu niet aan het overcompenseren voor de belhamelepoche van Constance en Hans? Kan haar partij, die toch opkomt voor ieder takje en slakje, het toelaten dat er ten faveure van stuifzand zo veel openhaardhout wordt gemaakt. Is regeren voor Groen Links nu zo belangrijk of trekt de tweemansfractie van deze partij (weer geen drie) de stekker uit deze coalitie. Een gouden stuiver voor die twee als ze het durven!
Nel Son