Survival

column Regiobode 1 augustus 2006
De zorg die we voor elkaars welzijn opbrengen, karakteriseert de mate van beschaving waarin we leven. Vanaf het moment dat we niet dagelijks hoefden te knokken voor het rauwe voortbestaan, hielden we tijd over om aardig te worden voor elkaar. Was het niet Berthold Brecht die daarover zo mooi schreef ‘Zuerst komt das Fressen und dann die Moral’. Een beetje negatief geformuleerd van deze oosterbuur, maar hij had dan ook geen gemakkelijke jeugd. Het typeert de menselijke soort dat ze in tijden dat het goed gaat, hogere doelen wil nastreven. De vooruitgang heeft soms nare bijverschijnselen en zij die daar het meest onder lijden, moeten kunnen rekenen op onze steun. Die steun kan soms paradoxale vormen aannemen. Zo wil jongerenwerker Dennis de Zoete uit Dieren op survival, lees ik vorige week in deze krant. Dennis bekommert zich vanuit zijn professie om jongeren die het niet al te gemakkelijk hebben. Dan zou je verwachten dat hij er alles aan doet om deze arme knullen en meiden in de watten te leggen. Het overleven van de nieuwe generatie lijkt me al voldoende bedreigd; om ze dan ook nog eens gaan afknijpen tijdens een survivalweek?! Wat ik ooit van survivelen heb gezien leek me geen pretje. Alles wat je mee wilt nemen moet in een rugzak die je vervolgens zelf moet dragen. Dan is ook nog de meest simpele vorm van openbaar vervoer taboe voor je; kortom je moet lopen. Geen erg zorgzame aanpak voor jongeren die vanaf de eerste klas van de basisschool door hun ouders per auto bij het schoolhek zijn afgeleverd. Verder is eten niet inbegrepen en moet je als survivalist maar zien dat je ergens een kip de strot kunt afbijten. Nare zaken als je je tanden nooit in iets anders hebt gezet dan een witte boterham met pindakaas. Ik geloof ook niet dat Dennis van plan is literpakken fristi toe te laten tot de standaardbepakking van de jongeren die aan zijn zorg zijn toevertrouwd. Plus dat ik hem in staat zie iedereen voor vertrek te fouilleren op flessen apfelkorn en andere geestverruimende middelen. Survival zou survival niet zijn, zonder op zijn minst een dropping. Dus organiseert Dennis en passant ook de meest bedreigende situatie waarin je een toch al zoekende leeftijdsgroep kunt brengen: hij laat ze achter in een donker bos! Daarbij zal hij, geheel volgens de regels der dropping geen aanknopingspunten geven welke richting je aan moet houden. Zoiets kun je redelijk veilig met een spelletje Ezeltje Prik doen, maar onze huidige jongeren hieraan bloot te stellen is de hulpverlenersparadox ten top. Want zo zal ik het wel moeten begrijpen: als een schijnbare tegenstelling. Door de jongeren het erg moeilijk te maken, komen ze sterker van de survivaltocht terug en die winst is dan weer groter dan de ontberingen. Ja, het vak van Dennis heeft een bijzondere diepgang. Tot zover was ik met mijn zorgelijke bespiegelingen gekomen toen ik verder las in het stukje in deze krant. Ik haalde opgelucht adem. De survival waarvoor Dennis jongeren probeerde te ronselen, behelsde een lekkere barbecue en een wandeltocht met GPS-apparatuur. Geen honger dus voor onze welvaartskinderen en hooguit verdwalen als Dennis vergeet de batterijen te verversen in de tom-tommetjes. Het stond er niet met zoveel woorden, maar volgens mij ging Dennis eerst zelf de comfortabele tenten opzetten en alle luchtbedden opblazen. Gelukkig beschikt Dennis over zoveel beroepsethiek dat hij zijn doelgroep toch lekker in de watten legt. Het begrip survival is natuurlijk symbolisch gekozen en heeft hooguit een serieuze connotatie als het over het voortbestaan van zijn eigen baantje gaat.
Nel Son